Somatoforme stoornissen

1. Inleiding:
Binnen de praktijk voor psychiatrie en psychotherapie worden cliënten met een somatisch symptoom stoornis behandeld. Afhankelijk van de ernst, de risico’s en duur van de stoornis worden cliënten met een somatisch symptoom behandeld binnen de basis GGZ of Gespecialiseerde GGZ.
Met zorgprogrammering voor somatisch symptoom stoornissen wil de praktijk voor psychiatrie en psychotherapie toewerken naar een meer uniforme werkwijze zonder daarbij het individuele aspect van de cliënt te verliezen.
Onder de somatisch symptoom stoornissen worden de volgende stoornissen behandeld:

Conversiestoornis of functionele neurologische symptoomstoornis
Symptomen of gebreken op het gebied van de motoriek of van de zintuigen met of zonder veranderingen in het bewustzijn...

Ziekteangststoornis (voorheen hypochondrie)
Bij de ziekteangststoornis (voorheen hypochondrie) staat de preoccupatie met het hebben of krijgen van een ernstige ziekte centraal....

Psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden
Psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden zijn psychologische factoren die de behandeling van lichamelijke ziekte verstoren, zoals slechte therapietrouw....

Nagebootste stoornis
Aandoening waarbij het voorwenden van de symptomen het eerste criterium is, en het afwezig zijn van duidelijke externe materiële bekrachtiging van het gedrag het tweede...

Ongespecificeerde somatisch-symptoomstoornis of verwante stoornis
Stoornissen die niet volledig voldoen aan de criteria voor een van de stoornissen in de categorie somatisch-symptoomstoornis of verwante stoornis....

Somatisch-symptoomstoornis
De somatische-sympstoomstoornis vervangt de somatisatiestoornis, de pijnstoornis en de ongedifferentieerde somatoforme stoornis in de DSM-5...
Dit zorgprogramma is voornamelijk gebaseerd op de Multi Disciplinaire Richtlijn SOLK, een uitgave van het Trimbos instituut.
SOLK staat voor somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten. Hiervan wordt gesproken bij lichamelijke klachten die langer dan enkele weken duren en waarbij bij adequaat medisch onderzoek geen somatische aandoening wordt gevonden die de klacht voldoende verklaart.

2. Verschillende somatoforme stoornissen
Er zijn verschillende soorten somatoforme stoornissen waaronder de somatisch symptoomstoornis, de ziekte angst stoornis, de nagebootste stoornis en de conversiestoornis.

2.1 somatisch symptoom stoornis
DSM-5 criteria: 300.82
 1.Een of meer lichamelijke klachten waar de betrokkene onder lijdt, of die het dagelijks leven in significante mate verstoren.
a.Excessieve gedachten, gevoelens of gedragingen samenhangend met de de lichamelijke klachten of de hiernee gepaard gaande zorgen over de gezondheid, tot uiting komend in minstens één van de volgende kenmerken:
b.disproportionele en persisterende gedachten over de ernst van de klachten.
c.een persisterende hoge mate van ongerustheid over de gezondheid of de klachten.
d.het excessief veel tijd en energie besteden aan deze klachten of aan de zorgen over de gezondheid.
2.Niet elke afzonderlijke lichamelijke klacht hoeft steeds aanwezig te zijn, maar het hebben van klachten op zich is wel persisterend (meestal langer dan zes maanden).

Er kan gespecificeerd worden of er sprake is van:
Met voornamelijk pijn (voorheen pijnstoornis): deze specificatie geldt voor mensen van wie de lichamelijke klachten vooral bestaan uit pijn.
Persisterend: een persisterend beloop wordt gekenmerkt door ernstige klachten, duidelijke beperkingen in het functioneren en een een lange duur (langer dan zes maanden)
Voorts kan de actuele ernst gespecificeerd worden
Licht: slechts één van de in criterium 2 genoemde symptomen is aanwezig.
Matig:  er zijn twee of meer van de in criterium 2 genoemde symptomen aanwezig.
Ernstig: er zijn twee of meer van de in criterium 2 genoemde symptomen aanwezig en er zijn multipele lichamelijke klachten (of één zeer ernstige lichamelijke klacht).

2.3 de ziekte angststoornis, voorheen: hypochondrie
Mensen die lijden aan hypochondrie interpreteren op zich onschuldige lichamelijke gewaarwordingen als mogelijke tekenen van een ernstige ziekte. Er wordt van hypochondrie gesproken bij een preoccupatie met de vrees of met de overtuiging een ernstige ziekte te hebben. Deze preoccupatie blijft bestaan ondanks adequate medische beoordeling en geruststelling.
Kenmerken
Mensen met hypochondrie (ziektevrees) denken voortdurend een ernstige aandoening te hebben. Zij zijn continu alert op hun lichaam, voelen van alles en interpreteren relatief onschuldige symptomen (zoals hoofdpijn of een plekje op de huid) als een uiting van een ernstige ziekte. Hierdoor raken ze angstig, die niet of nauwelijks weggenomen kan worden, ook niet door artsen.

DSM-5 criteria 300.7
1.Preoccupatie met het hebben of krijgen van een ernstige ziekte.
2.Lichamelijke klachten zijn niet aanwezig, of als dit wel het geval is, slechts in lichte mate. Als er een somatische aandoening aanwezig is of een hoog risico om een somatische aandoening te ontwikkelen (zoals wanneer een ziekte veel in de familie voorkomt) is de preoccupatie duidelijk excessief of disproportioneel.
3.Er is een hoge mate van angst over de gezondheid, en de betrokkene is snel verontrust over de eigen gezondheidstoestand.
4.De betrokkene vertoont excessief gezondheids gerelateerd gedrag (controleert bijvoorbeeld herhaaldelijk zijn of haar lichaam op tekenen van ziekte) of maladaptieve vermijding (vermijdt bijvoorbeeld doktersafspraken en ziekenhuizen).
5.De preoccupatie met ziekte is minstens zes maanden aanwezig, maar de specifieke ziekte die wordt gevreesd, kan in die periode veranderen.
6.De ziekte gerelateerde preoccupatie kan niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, zoals een somatisch-symtoomstoornis, een morfodysfore stoornis, een obsessieve-compulsieve stoornis of een waanstoornis, somatische type. 
Specificeer of:
Zorgzoekende type: er wordt veel gebruik gemaakt van somatische zorg in de vorm van artsenbezoeken of het ondergaan van tests en onderzoeken.
Zorgmijdende type: er wordt zelden een beroep gedaan op somatische zorg.

2.5 conversiestoornis (niet binnen dit behandelprogramma)
Een of meer uitvalsverschijnselen van motoriek of gevoel die doen denken aan een neurologische aandoening, waarbij psychische factoren veronderstelt  worden een rol mee te spelen in het ontstaan en onderhouden van de uitvalsverschijnselen.

2.6 Nagebootste stoornis opgelegd aan zichzelf (pathomimie)
Inleiding
De "nagebootste stoornis opgelegd aan zichzelf" werd vroeger wel het "Münchausen syndroom", naar de Baron von Münchausen (1720-1797), een man die vele reizen maakte en bekend is geworden door zijn theatrale, fantastische en verzonnen verhalen. Met het Münchausen syndroom worden patiënten aangeduid, die zich (vaak terugkerend) in ziekenhuizen laten opnemen met voorgewende klachten of door heimelijke zelfverwonding verkregen symptomen . 
Zolang hun bedrog in het ziekenhuis onopgemerkt blijft, lopen deze patiënten het risico zich aan pijnlijke en soms zelfs gevaarlijke diagnostische en therapeutische handelingen bloot te stellen. Zodra zij door artsen of verpleegkundigen als bedriegers zijn ontmaskerd, nemen deze patiënten (vaak verontwaardigd) de benen.
Spiro merkt op dat de term Münchausen syndroom weliswaar kleurrijk is, maar allerminst het beschreven gedrag verduidelijkt. Hij pleitte voor de term factitious illness (nagebootste ziekte). 
Als belangrijkste kenmerken van Münchausen noemt Bursten :
1. De dramatische presentatie van een of meer lichamelijke (gesimuleerde) klachten
2. Pseudologia fantastica
3. Zwerfgedrag (peregrinatie): de trek van ziekenhuis naar ziekenhuis (vandaar dat deze patiënten ook wel bekend staan als "hospital hoboes").
Verschillende auteurs noemen alcoholmisbruik en misbruik van drugs in hun gevalsbeschrijvingen. Het is onduidelijk wat de rol is van het misbruik van alcohol en drugs bij de nagebootste stoornis.

DSM-5 criteria: 300.19
Het voorwenden van lichamelijke of psychische klachten of verschijnselen of het doelbewust opwekken van verwonding of ziekte, waarbij aantoonbaar sprake is van misleiding.
De betrokkene presenteert zich tegenover anderen als ziek, gehandicapt of gewond.
Het misleidende gedrag is evident, ook als duidelijke externe beloningen ontbreken.
Het gedrag kan niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, zoals een waanstoornis of een andere psychotische stoornis.

Er kan gespecificeerd worden of er sprake is van
- Eenmalige episode.
- Recidiverende episodes (twee keer of meer)

Wij werken conform de standaarden en generieke modules van het kwaliteitsnetwerk GGZ. Hieronder vind u de standaard somatoforme stoornissen:

GGZ standaard somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (solk)