Persoonlijkheid

behandelprogramma

Bij patiënten met een persoonlijkheidsstoornis is er sprake van een duurzaam en star patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen (valkuilen) die afwijken van de verwachtingen en dat begonnen is tijdens de adolescentie of vroege volwassenheid. Dit patroon wordt duidelijk in de wijze van waarnemen en interpreteren van zichzelf, anderen en gebeurtenissen; de draagwijdte, intensiteit, labiliteit en adequaatheid van emotionele reacties; het functioneren in het contact met anderen en de beheersing van impulsen. Zo ontstaan er problemen in het omgaan met de eigen emoties en vaak ook in contacten met anderen.

Persoonlijkheidsstoornissen kunnen samen gaan met andere stoornissen. Er is dan als het ware sprake van een dubbele stoornis; we noemen dat co morbiditeit. Bij persoonlijkheidsstoornissen kan er co morbiditeit zijn met stemmingsstoornissen, angststoornissen, ADHD, eetstoornissen en somatoforme stoornissen. In de behandeling zal zoveel mogelijk geprobeerd worden de aanpak van de co-morbide stoornissen te integreren. Wanneer iemand bijvoorbeeld depressieve klachten heeft, zal geprobeerd worden deze klachten zoveel mogelijk te helpen verminderen. Ook is het zo dat in therapie gaan werken aan de persoonlijkheidsproblematiek juist kan zorgen voor een tijdelijke toename van klachten en instabiliteit, omdat het veranderen van lang bestaande patronen nu eenmaal gepaard gaat met onzekerheidsgevoelens.

Lange tijd is gedacht dat persoonlijkheidsstoornissen niet of in mindere mate behandeld konden worden. Uit onderzoek is echter gebleken dat er soms sprake is van natuurlijk herstel van de stoornis. Ook is gebleken dat patiënten met persoonlijkheidsstoornissen wel degelijk kunnen profiteren van psychotherapeutische behandeling.

Verschillende groepen

Er wordt binnen de persoonlijkheidsstoornissen onderscheid gemaakt tussen verschillende groepen. In cluster A vallen de stoornissen die zich uiten in vreemd en excentriek gedrag. In cluster B vallen de stoornissen die zich uiten in overdreven, emotioneel of onconventioneel gedrag. In cluster C vallen de stoornissen die zich uiten in gespannen of angstig gedrag. Bij de problematiek uit cluster A en B komen we relatief vaker crisisgevoeligheid tegen. In onze ambulante praktijk is het nodig om rekening te houden met de ernst, crisisgevoeligheid en intensiteit die nodig is voor de behandeling (frequentie en duur). Dit kan in sommige gevallen betekenen dat behandeling beter kan plaatsvinden binnen een instelling die meer ondersteunende mogelijkheden biedt.

Er wordt in de richtlijnen voor behandeling een onderscheid gemaakt tussen de keuzes voor behandeling naar de ernst van de persoonlijkheidsstoornis. De behandeling van de eerste keuze is in alle gevallen individuele psychotherapie. Farmacologische en psychosociale interventies kunnen daarbij een ondersteunende rol vervullen. Als een (eerder) gekozen (psychotherapeutische) behandeling niet blijkt te werken, dient men nadere specialistische diagnostiek te (laten) verrichten naar de vraag welke alternatieve beïnvloedingsmogelijkheden resteren, eventueel multidisciplinair.

Farmacotherapie is effectief gebleken bij met name de borderline persoonlijkheidsstoornis en de effecten zijn meer specifiek. Medicatie kan ook worden ingezet om co-morbide As I-stoornissen of persoonlijkheidssymptomen die interfereren met de psychotherapie te verminderen. Systeemtherapie is geïndiceerd om ook het sociale netwerk bij de behandeling te betrekken en zo de kans op terugval te reduceren en de kans op sociale rehabilitatie te vergroten.

Voor meer informatie kunt u ook terecht op de website van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie:

Persoonlijkheidsstoornis

Wij werken conform de standaarden en generieke modules van het kwaliteitsnetwerk GGZ. Hieronder vind u de standaard persoonlijkheid:

GGZ standaard persoonlijkheid