Zorgmodule diagnostiek

Algemene  diagnostiek
In het intake gesprek wordt stil gestaan bij de aard, de ernst en de duur van klachten. Tevens wordt er gekeken naar het ontstaan van de klachten. Ook wordt gevraagd naar eerdere periodes van eetproblemen, naar de familiaire belasting en de lichamelijke gezondheid, middelengebruik en medicatie. Daarnaast wordt ook een biografie en ontwikkelingsanamnese afgenomen om een beeld te vormen van iemands levensloop tot nu toe. Tevens worden er enkele vragenlijsten afgenomen om een beeld te krijgen van de ernst van de klachten de wijze waarop iemand omgaat met gebeurtenissen die er op hem afkomen. De intake wordt besproken in een multidisciplinair team.

Aanvullende diagnostiek
Indien nodig, wordt een sterkte-zwakteanalyse gemaakt van de cognitieve capaciteiten, de neurologische functies of de persoonlijkheidsontwikkeling middels een psychologisch onderzoek.

Psychiatrische diagnostiek
Indien het diagnostisch beeld niet helder is en/of nadere differentiatie nodig is, wordt nadere diagnostiek gedaan door de psychiater.

Somatische diagnostiek
Wanneer een vermoeden bestaat van achterliggende lichamelijke oorzaken, wordt verwezen voor somatisch (lichamelijk) onderzoek door een arts en/of wordt laboratoriumonderzoek ingezet. Over het algemeen wordt bij eetstoornissen samen gewerkt met de huisarts, de kinderarts en of de internist.