Zorgmodule behandeling

bij angststoornissen

Psycho-educatie
In de vroege behandelfase is het voor patiënten (en hun omgeving) noodzakelijk dat er direct concrete informatie gegeven wordt over de diagnose, prognose, behandelmogelijkheden en verdere informatiebronnen. De informatie is opgenomen in het behandelplan.

Steunende en structurerende begeleiding
Begeleidingsgesprekken gericht op structurering en op praktische problemen. Doelen zijn het verminderen en/of dragelijk maken van de klachten en symptomen van de angststoornis en daarmee de patiënt in staat te stellen op een voor hem meer adequate wijze in zijn leven te functioneren.

´Exposure in vivo´ met/zonder responspreventie
Bij een exposure-behandeling is het de bedoeling dat de patiënt wordt blootgesteld (exposure) aan de (doorgaans door hem vermeden) stimuli die zijn angsten of obsessies triggeren alsmede zijn neiging tot het uitvoeren van vermijdende handelingen of dwanghandelingen en rituelen. Hierbij wordt hij tegelijkertijd verhinderd om deze uit te voeren (responspreventie). De patiënt leert ervaren dat de spanning en angst op den duur dalen zonder dat hij zijn dwanghandelingen en rituelen hoeft uit te voeren.

Cognitieve gedragstherapie (CGT)
Communicatieve behandelvorm die uitgaat van de veronderstelling dat emoties en gedrag grotendeels het product zijn van cognities en dat cognitieve en gedragsmatige interventies daarom veranderingen in gedachten, gevoelens en gedrag kunnen bewerkstelligen.

Eye Movement Desensitisation and Reprocessing (EMDR)
EMDR is een geprotocolleerde procedure voor de behandeling van PTSS. De stappen van het protocol hebben tot doel de traumatische herinnering ‘op scherp’ te zetten waarna een afleidende stimulus/respons (bijvoorbeeld door de therapeut uitgelokte oogbewegingen) wordt geïntroduceerd. Via een proces van ‘spontane’ associaties wordt de traumatische herinnering van zijn emotionele lading ontdaan en geassocieerd met een nieuw, functioneel perspectief op zichzelf als persoon.

Systeemtherapie
Systeemtherapie richt zich op interactieproblemen tussen de patiënt en zijn sociale omgeving, zijn systeem. Het betrekken van het systeem zal zoveel mogelijk plaatsvinden als het systeem een bekrachtigende rol speelt in de coping met dan wel de instandhouding van de klachten. Naast de angstklachten kunnen er problemen zijn ontstaan als gevolg van de angstklachten of kunnen angstklachten een functie hebben in de interactie met ouders of andere gezinsleden.

Medicatie
Aangetoond is dat antidepressiva een gunstig effect hebben op het beloop van de meeste angststoornissen. De beslissing om bij een angststoornis een antidepressivum voor te schrijven, hangt af van de wens van de patiënt, het type angststoornis, ernst/ duur van de angststoornis, de mate van subjectief lijden en de aanwezigheid van co-morbiditeit in de vorm van een depressie.

Psychomotorische therapie
Psychomotorische therapie is gericht op lichamelijk inspanningen, ervaringen en belevingen. PMT kan helpen om iemand weer te motiveren en te activeren en te helpen bij een negatief zelfbeeld.

Nazorg

De medicamenteuze behandeling kan worden overgedragen aan de huisarts, wanneer een stabiele fase is bereikt.

Terugvalpreventie

Patiënten worden alert gemaakt op mogelijke signalen voor terugval. Er wordt geleerd om anders met deze signalen om te gaan dan voor de start van de behandeling. Ook periodieke contacten, in de vorm van telefoongesprekken en het verstrekken van schriftelijk materiaal, kunnen behulpzaam zijn.

Verwijzen

Indien nodig, wordt verwezen naar eerstelijnspsycholoog, andere ggz-instelling et cetera.