Zorgmodule diagnostiek

Lastig agressief gedrag in de kinderleeftijd moet zeer serieus genomen worden. Dit gedrag gaat in veel gevallen niet vanzelf over. Bij kinderen is men echter zeer voorzichtig met de diagnose antisociale gedragsstoornis, omdat agressief gedrag ook bij bepaalde leeftijdsfasen kan horen en een kind nog niet uitontwikkeld is. Om een diagnose te kunnen stellen komt u, samen met uw kind, voor een (psychiatrisch) onderzoek naar de praktijk. De psychiater, (GZ-)psycholoog en orthopedagoog zijn allen in overleg met en onder supervisie van de psychiater, in staat om de diagnose te stellen. Te allen tijden is de psychiater betrokken bij de intakefase.

Algemene diagnostiek
Tijdens de intake worden de klachten, symptomen en beperkingen in kaart gebracht. Dit gebeurt in een gesprek en door middel van het afnemen van vragenlijsten. Het is belangrijk zoveel mogelijk informatie te verzamelen over en van het kind, van de ouders en eventueel de school. Daarnaast is het belangrijk om een indruk te krijgen van de ontwikkeling van het kind tot nu toe. Hiervoor wordt een ontwikkelingsanamnese afgenomen. De resultaten van de onderzoeken worden besproken in een multidisciplinair team en teruggekoppeld in een adviesgesprek.

Specialistische diagnostiek
Indien nodig, wordt een sterkte-zwakteanalyse gemaakt van de cognitieve capaciteiten, de neurologische functies of de persoonlijkheidsontwikkeling, middels een psychologisch onderzoek.

Psychiatrische diagnostiek
Indien het diagnostisch beeld niet helder is, wordt nadere diagnostiek gedaan door de kinder- en jeugdpsychiater.

Somatische diagnostiek
Indien er een vermoeden bestaat van achterliggende lichamelijke oorzaken, wordt verwezen voor somatisch (lichamelijk) onderzoek door een kinderarts.