Kenmerken ASS

hoofdkenmerken

Kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie
Kinderen en jongeren met ASS zijn van jongs af aan minder geneigd zich op anderen te richten. Regelmatig hebben deze kinderen met name moeite met het maken van oogcontact. De meeste kinderen met ASS zoeken wel in een bepaalde mate contact, maar dit contact is altijd anders dan bij kinderen met een normale ontwikkeling. Soms zoeken zij zelfs bij voortduring, dwingend en claimend contact, maar hebben ze toch weinig echte of slechts vluchtige aandacht voor de ander.

Ouders ervaren het contact met hun kind vaak als eenrichtingsverkeer. In de relatie met leeftijdsgenoten moet het initiatief vaak van de ander komen. Ook zijn zij in gedrag vaak bepalend naar anderen. Ze varen teveel op de eigen kompas en kunnen moeilijk op de beurt wachten. Zij zijn zich weinig bewust van gevoelens van anderen en hebben soms een beperkt normbesef.

Kwalitatieve beperkingen in de non-verbale of verbale communicatie
De taalontwikkeling komt vaak vertraagd op gang, of er is sprake van bijzonder taalgebruik. Kinderen praten de ouders letterlijk na (echolalie), of hanteren een ouwelijk taalgebruik. Deze verschijnselen verdwijnen vaak wanneer kinderen ouder worden. Kinderen met ASS hebben problemen in de ontwikkeling van inzicht in en aanvoelen van sociale situaties. Regelmatig nemen kinderen met ASS taal letterlijk of worden grapjes verkeerd geïnterpreteerd of onterecht als persoonlijk aangetrokken. Spontaan fantasiespel of sociaal imiterend spel is afwezig of niet passend bij de ontwikkelingsleeftijd.

Beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten
Kinderen met ASS zitten rigide vast aan specifieke niet-functionele routines of rituelen, en kunnen daar moeilijk van afwijken. Ze hebben moeite met veranderingen. Het gedrag is star en weinig flexibel. Het kind is sterk geneigd om op zijn eigen kompas te functioneren. Sommige kinderen doen het op een heel krampachtige, rigide manier.

Verandering in informatie maakt kinderen met ASS vaak angstig, doordat ze vaak niet in staat zijn de nieuwe informatie die op hen afkomt snel een plaats te geven en daarmee te relativeren. Andersom worden sommige kinderen met ASS juist niet bang als we dat van een kind juist zouden wachten; het kind ziet geen gevaar.

Regelmatig is er sprake van een opvallend beperkt repertoire van activiteiten en interesses; er wordt dan gesproken van preoccupaties. Zij zien vaak alle details, en laten te weinig oog voor het grote geheel zien. Ook kan er sprake zijn van stereotiepe bewegingen waaronder fladderen, wiegen, hoofdbonken of draaien met de handen. Er wordt dan gesproken van maniërismen.

Bijkomende problemen

  • zintuiglijke verwerking
  • spraaktaalproblemen
  • intelligentie
  • motoriek

Meer informatie

www.centrumautisme.nl, www.landelijknetwerkautisme.nl