Verschillende angststoornissen

Paniekstoornis met en zonder agorafobie
Bij een paniekstoornis zijn de paniekaanvallen onvoorspelbaar en niet gebonden aan een situatie en zijn patiënten tussen de aanvallen door vaak gespannen en bang voor nieuwe aanvallen. Het komt vaak voor dat patiënten tevens een angst voor publieke gelegenheden ontwikkelen, zoals warenhuizen, treinen, restaurants en bioscopen, waar men bij het optreden van een paniekaanval moeilijk kan ontsnappen of hulp kan krijgen.

Er wordt gesproken van paniekstoornis met agorafobie wanneer spontane paniekaanvallen gepaard gaan met situatieve angst en vermijding van dergelijke publieke gelegenheden.

Sociale fobie
Sociale fobie (ook wel sociale angststoornis genoemd) heeft betrekking op de hardnekkige angst voor één of meer situaties waarin de betrokken persoon is blootgesteld aan de mogelijk kritische beoordeling door anderen, en waarin hij bang is zich belachelijk te maken. Bij de sociale fobie kan men een onderscheid maken tussen de gegeneraliseerde sociale fobie en de specifieke sociale fobie. Ongeveer 90% van de sociale fobici is bang voor ten minste twee verschillende situaties en 45% voor minimaal drie verschillende situaties.

Bij een sociale fobie van het specifieke subtype is er sprake van een fobie in slechts één bepaalde situatie. Voorbeelden hiervan zijn: de angst voor het spreken in het openbaar, trillen of zweten in sociale situaties of de angst dat men zich belachelijk maakt door datgene wat men zegt.

Obsessieve-compulsieve stoornis (dwangstoornis)
Bij de obsessieve-compulsieve stoornis staan steeds terugkerende dwanggedachten en/of dwanghandelingen centraal. Dwanggedachten (obsessies) zijn steeds terugkerende, aanhoudende gedachten of beelden die spanning oproepen. Deze gedachten of beelden worden als onvrijwillig beleefd, maar wel als een product van de eigen persoon. De dwanghandelingen (compulsies) zijn herhaalde en schijnbaar zinvolle handelingen, die volgens bepaalde regels op een stereotiepe wijze worden verricht. Het doel van de compulsies is het neutraliseren van spanning of het voorkomen van bedreigende gebeurtenissen/situaties.

Bij de obsessieve-compulsieve stoornis heeft de patiënt last van zijn klachten, kosten deze de patiënt meer dan één uur per dag of verstoren ze in ernstige mate het dagelijkse functioneren.

Specifieke fobie
Bij een enkelvoudige fobie is er sprake van een aanhoudende en irrationele angst voor een bepaald object of voor een bepaalde situatie. Deze objecten en situaties hebben veelal betrekking op angst voor dieren, afgesloten ruimten, hoogten, onweer en bloed en/of medische handelingen.

Blootstelling aan de angstverwekkende prikkel resulteert meestal in een verhoogde lichamelijke arousal. Bij de bloedfobie daarentegen treedt na een kortdurende verhoging van de arousal een duidelijke verlaging van hartslag en bloeddruk op en kan de persoon in kwestie flauwvallen. Veelal kunnen de angstverwekkende situaties worden vermeden.

Posttraumatische stressstoornis
Bij een posttraumatische stressstoornis (PTSS) wordt gesproken over de gevolgen van een ingrijpende gebeurtenis, waarin betrokkene met de dood of ernstig letsel is bedreigd of de lichamelijke integriteit is bedreigd; het betreft situaties als bankovervallen met geweld, de confrontatie met iemand die ernstig gewond is of gedood, verkrachtingen, overstromingen et cetera.

Bij PTSS moet er sprake zijn van herbelevingen, bijvoorbeeld in de vorm van terugkerende beangstigende dromen of herinneringen met betrekking tot het trauma. Hiernaast komt eveneens vermijding van stimuli voor, die in verband staan met het trauma of een verdoving van de algemene responsiviteit. Tenslotte zijn er langdurige symptomen van toegenomen spanning of opwinding, die niet aanwezig waren voor het trauma (zoals prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen, overdreven schrikreacties, zich moeilijk kunnen concentreren).

Acute stressstoornis
De acute stressstoornis heeft veel kenmerken van een posttraumatische stressstoornis, echter duurt minimaal twee dagen en maximaal vier weken en treedt op binnen vier weken nadat de traumatische gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

Gegeneraliseerde angststoornis
Patiënten met een gegeneraliseerde angststoornis zijn altijd nerveus en gespannen en tobben over allerlei kleine, dagelijkse gebeurtenissen. Dagen met klachten zijn in de meerderheid en de patiënt heeft moeite de tobberijen onder controle te houden. Verder heeft de patiënt last van klachten, zoals concentratieproblemen, spierspanningsklachten, slaapstoornissen, snelle vermoeibaarheid et cetera.

Separatie-angststoornis
Niet bij de ontwikkeling passende en overdreven angst van huis uit of van diegenen aan wie betrokkene gehecht is.